ECLI:NL:RBMNE:2020:5691
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde vrijstaande woning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning, die door verweerder is vastgesteld op €701.000 voor het belastingjaar 2020. Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix waarin vergelijkingen worden gemaakt met referentiewoningen van hetzelfde type.
De rechtbank overweegt dat verweerder de bewijslast draagt om aan te tonen dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix toont aan dat er rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceelgrootte tussen de woning en referentiewoningen. De argumenten van eiser, waaronder inconsistenties in WOZ-waardes van naastgelegen panden en onvoldoende rekening houden met recente verkoopprijzen, leiden niet tot een ander oordeel.
Daarnaast is het betoog van eiser dat de grotere kaveloppervlakte van zijn woning niet tot een hogere waarde leidt, onvoldoende onderbouwd. De rechtbank acht de vastgestelde WOZ-waarde voldoende onderbouwd en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €701.000 wordt ongegrond verklaard.