ECLI:NL:RBMNE:2020:5692
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen hoogte WGA-vervolguitkering op grond van Wet WIA
Eiser was tot maart 2015 werkzaam als procesoperator en heeft daarna verschillende uitkeringen ontvangen, waaronder een WGA-vervolguitkering op basis van de Wet WIA. Het Uwv heeft vastgesteld dat eiser per 16 maart 2020 voor 43,32% arbeidsongeschikt is, wat valt binnen de klasse 35 tot 45%. Eiser maakte bezwaar tegen deze beoordeling, maar het Uwv verklaarde het bezwaar ongegrond na herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
Eiser voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat hij slechts door één gepensioneerde arts was onderzocht en dat er geen telefonisch contact was geweest tijdens bezwaar. De rechtbank oordeelde echter dat de rapporten van de artsen voldeden aan de vereiste voorwaarden van zorgvuldigheid, begrijpelijkheid en consistentie. Ook de wijziging van medicatie werd door de verzekeringsarts beoordeeld en had geen invloed op de vastgestelde belastbaarheid per 16 maart 2020.
De arbeidsdeskundige had vastgesteld welke functies passend waren binnen de beperkingen van eiser en berekende het arbeidsongeschiktheidspercentage. De rechtbank vond geen reden om aan deze beoordeling te twijfelen. Daarom was het beroep ongegrond en werd de beslissing van het Uwv bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de WGA-vervolguitkering wordt ongegrond verklaard.