ECLI:NL:RBMNE:2020:5697

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 december 2020
Publicatiedatum
6 januari 2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 2634
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken belanghebbendheid bij omgevingsvergunning zonnepark

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 24 december 2020 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen een omgevingsvergunning voor de realisatie van een zonnepark. Het besluit was genomen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente.

De kern van het geschil betrof de vraag of eiser als belanghebbende kon worden aangemerkt. Volgens de rechtbank moet een belanghebbende een voldoende objectief, actueel, eigen en persoonlijk belang hebben dat rechtstreeks wordt geraakt door het besluit. Eiser woonde op ongeveer 1,1 kilometer afstand van de planlocatie en had geen direct zicht op het zonnepark, mede doordat meerdere huizen het zicht belemmerden.

Hoewel eiser stelde dat hij het bosgebied rondom de planlocatie regelmatig bezocht en het zonnepark daardoor zou ondervinden, oordeelde de rechtbank dat dit onvoldoende onderscheidend was ten opzichte van andere omwonenden. Er waren geen feiten of omstandigheden die een persoonlijk belang aannemelijk maakten.

Daarom werd geconcludeerd dat eiser niet als belanghebbende kon worden aangemerkt en het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de rechtbank niet inhoudelijk op de beroepsgronden is ingegaan.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belanghebbendheid.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/2634

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2020 in de zaak tussen

[eiser] te [woonplaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [woonplaats] , verweerder.
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:
Sunvest Ontwikkeling B.V ., gevestigd te Utrecht.
(gemachtigde: mr. L.P.W. Mensink)

Procesverloop

Bij besluit van 9 juni 2020 heeft verweerder aan derde-partij, onder toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een zonnepark op de locatie [adres] te [woonplaats] (het bestreden besluit). De zienswijze van eiser is hierbij ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Overwegingen

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Voordat de rechtbank toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden van eiser, dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of eiser als belanghebbende kan worden aangemerkt in deze procedure. Om als belanghebbende in de zin van de artikel 1:2, Awb te kunnen worden aangemerkt, moet een natuurlijk persoon een voldoende objectief, actueel, eigen en persoonlijk belang hebben. Dit belang moet hem in voldoende mate onderscheiden van anderen en het moet rechtstreeks worden geraakt door het bestreden besluit.
Uit vaste rechtspraak blijkt dat het uitgangspunt is dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van de activiteit die het besluit toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ is een correctie op dat uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken als de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen voor de woon,- leef- of bedrijfssituatie van de betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij wordt gekeken naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (onder meer geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn. In beginsel leiden, wanneer zicht op de planlocatie ontbreekt, afstanden groter dan ongeveer 100 meter niet tot het aannemen van belanghebbendheid.
Eiser voert aan dat hij belanghebbende is bij het bestreden besluit omdat de locatie waar het zonnepark moet komen (de planlocatie) zich bevindt in het directe uitloopgebied van de wijk waarin hij woont. Eiser bezoekt zeer regelmatig het bosgebied waarin het zonnepark zal komen te liggen en zal geconfronteerd worden met het zonnepark op het moment dat hij het bosgebied bezoekt.
De rechtbank stelt vast dat tussen de woning van eiser en de planlocatie meerdere huizen staan die het zicht van eiser op de planlocatie ontnemen. De afstand tussen de woning van eiser en de dichtstbijzijnde locatie, waar krachtens het bestreden besluit zonnepanelen gerealiseerd kunnen worden, is hemelsbreed ongeveer 1.1 km.
Naar het oordeel van de rechtbank kan eiser aan dit belang niet de conclusie verbinden dat hij belanghebbende is in deze procedure. In het feit dat het zonnepark zich bevindt in het directe uitloopgebied van de wijk waarin eiser woont en dat eiser dat gebied zeer regelmatig bezoekt voor een wandeling, onderscheidt eiser zich onvoldoende van andere personen die aan het bosgebied wonen en het geregeld bezoeken. Er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan geoordeeld zou moeten worden dat eiser toch een objectief, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks door het bestreden besluit wordt geraakt. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser niet als belanghebbende kan worden aangemerkt bij het bestreden besluit.
Omdat alleen belanghebbenden bij een besluit daartegen beroep kunnen instellen, verklaart de rechtbank het beroep van eiser niet‑ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 24 december 2020 door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. T.E.G. van Heukelom, griffier. De beslissing zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl
(
de griffier is verhinderd om de uitspraak (de rechter is verhinderd om de te ondertekenen) uitspraak te ondertekenen)
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.