Eiser werd op 24 augustus 2019 aangehouden vanwege slingerend en langzaam rijden en weigerde medewerking aan een speekseltest en bloedonderzoek. Naar aanleiding hiervan legde het CBR een onderzoek op dat op 13 januari 2020 plaatsvond. Het rapport van 18 februari 2020, opgesteld door een psychiater en psycholoog, concludeerde drugsmisbruik in ruime zin.
Op basis van dit rapport verklaarde het CBR het rijbewijs van eiser ongeldig vanaf 6 april 2020. Eiser maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat het rapport geen gebreken vertoonde en dat de conclusie van drugsmisbruik terecht was vastgesteld.
De rechtbank nam mee dat eiser geen tegenrapport had overgelegd en dat persoonlijke omstandigheden geen invloed konden hebben op het besluit. Ook werd gewezen op het persistent gebruik van verboden middelen door eiser en zijn weigering tot medewerking bij de aanhouding, wat de verdenking versterkte.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.