ECLI:NL:RBMNE:2020:5794

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
31 december 2020
Publicatiedatum
18 januari 2021
Zaaknummer
UTR - 20 _ 4666
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.a1 Tijdelijke regeling maatregelen covid-19Art. 58f Wet publieke gezondheidArt. 58g Wet publieke gezondheidArt. 58h Wet publieke gezondheidArt. 58u Wet publieke gezondheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen last onder bestuursdwang voor afhalen vuurwerk tijdens lockdown

Verzoekster exploiteert een bedrijf dat tijdens de lockdown gesloten is, maar zij laat haar online bestelde F1-vuurwerk afhalen bij haar buurman, die een doe-het-zelf-winkel runt. Verweerder legt haar een last onder bestuursdwang op met een dwangsom van €10.000,- om dit afhalen te beëindigen, omdat dit in strijd is met de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19.

De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder bevoegd is bestuursdwang toe te passen om het afhalen van vuurwerk te beëindigen, maar niet bevoegd is een last onder dwangsom op te leggen, omdat de wettelijke grondslag daarvoor ontbreekt. De schorsing van de last onder dwangsom wordt daarom gehandhaafd tot zes weken na bezwaar.

Verder wordt vastgesteld dat het afhalen van vuurwerk bij de buurman in strijd is met de lockdownregels, omdat de doe-het-zelf-winkel geen vuurwerk mag verkopen of afgeven. Verzoekster moet het afhalen van vuurwerk op dat adres staken. Verzoekster krijgt vergoeding van griffierecht en proceskosten toegewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De last onder dwangsom wordt geschorst, bestuursdwang blijft gehandhaafd, en verweerder moet griffierecht en proceskosten vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/4666
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 december 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., te [vestigingsplaats] , verzoekster(gemachtigde: mr. A.M. Schotte),

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, verweerder
(gemachtigde: mr. K. van der Veen en K. Heil).

ProcesverloopIn het besluit van 30 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoekster opgedragen om per direct het laten afhalen van vuurwerk te beëindigen en beëindigd te houden onder straffe van een dwangsom van € 10.000,- ineens.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op 30 december 2020 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel het bestreden besluit geschorst tot uitspraak wordt gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening.
De zitting heeft plaatsgevonden op 31 december 2020. Namens verzoekster is [A] verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter het onderzoek gesloten en heeft onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- schorst het bestreden besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar voor zover dat betrekking heeft op de last onder dwangsom van € 10.000,- ineens;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening voor het overige af;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 354,- aan verzoekster te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.050,-.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. De voorzieningenrechter wijst er verder op dat, zoals hiervoor vermeld in het procesverloop, het bestreden besluit is geschorst. In deze uitspraak is dan ook onderzocht in hoeverre deze schorsing moet worden opgeheven.
2. Verzoekster heeft haar bedrijf aan de [adres] in [vestigingsplaats] . Vanwege de lockdown als gevolg van de coronamaatregelen is zij niet open. Verzoekster verkoopt in december vuurwerk. Zo ook dit jaar, maar alleen het dit jaar toegestane F1 vuurwerk (fop- en schertsvuurwerk). Aangezien zij haar deuren heeft moeten sluiten, laat zij het bij haar online bestelde vuurwerk ophalen bij haar buurman aan de [adres] . De buurman huurt dit pand van verzoekster en runt daar de doe-het-zelf-winkel ‘ [winkel] ’. In deze winkel heeft verzoekster een afhaalpunt gemaakt voor het afhalen van de vuurwerkbestellingen.
3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat deze situatie een overtreding is van de maatregelen die gelden bij de huidige lockdown [1] . Volgens verweerder mag verzoekster geen vuurwerk laten afhalen. Niet bij haar zelf en ook niet bij ‘ [winkel] ’. Om hier een einde aan te maken, heeft verweerder verzoekster opgedragen om het afhalen van vuurwerk te beëindigen en beëindigd te houden (last onder bestuursdwang). Daarbij heeft verweerder besloten dat verzoekster, als zij hier niet of niet volledig aan voldoet, een dwangsom is verschuldigd van € 10.000,- ineens (last onder dwangsom).
4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder niet bevoegd is om in dit geval een last onder dwangsom op te leggen. Verweerder baseert zijn bevoegdheid op artikel 58u van de Wet publieke gezondheid. Het vierde lid van dit artikel bepaalt wanneer verweerder een last onder dwangsom kan opleggen. Hij kan dit doen ter handhaving van artikel 58f (veilige afstand) en 58g (groepsvorming) van de Wet publieke gezondheid. De sluiting van publieke plaatsen, geregeld in artikel 58h van de Wet publieke gezondheid en uitgewerkt in artikel 4.a1, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19, staat hier niet bij. Verweerder heeft desgevraagd geen duidelijkheid kunnen geven of er mogelijk een andere grondslag is om in dit geval een last onder dwangsom op te leggen.
5. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat verweerder wel de bevoegdheid heeft om bestuursdwang toe te passen en te verlangen dat verzoekster het laten afhalen van vuurwerk moet beëindigen en beëindigd moet houden. Niet in geschil is dat verzoekster in haar eigen bedrijf geen vuurwerk mag laten afhalen. Door het vuurwerk te laten afhalen bij ‘ [winkel] ’ overtreedt verzoekster artikel 4.a1 eerste lid, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19. Dat artikel bepaalt, voor zover relevant in deze zaak, dat van 15 december 2020 tot en met 19 januari 2021 doe-het-zelf-winkels uitsluitend hun deuren mogen openen voor het ophalen van bestelde of gereserveerde artikelen [2] . In de toelichting bij dit artikel [3] staat dat er gericht een beperkt aantal uitzonderingen wordt gemaakt op de sluiting van publieke plaatsen voor het publiek omdat het hier gaat om cruciale maatschappelijke processen ten behoeve van doorgang van het dagelijks leven en welzijn. Het gaat in de basis om locaties van essentiële detailhandel gericht op primaire levensbehoeften. De toelichting vermeldt verder dat voor winkels geldt dat geen afhaalfunctie mogelijk is in verband met de risico’s dat daardoor alsnog grote groepen winkelend publiek op gang komen. Hiervoor geldt een uitzondering voor reeds bestelde goederen in winkels voor doe-het-zelf-artikelen, zoals bouwmarkten. ‘ [winkel] ’ mag dus open zijn om bij hem bestelde artikelen te laten afhalen. Hij mag echter niet open zijn om vuurwerk te verkopen. Dit zou alleen mogen als ‘ [winkel] ’ al vuurwerk verkocht vóór de lockdown of tijdens eerdere jaren [4] . Vaststaat dat ‘ [winkel] ’ in het verleden geen vuurwerk heeft verkocht. Dat eerder vanuit het pand aan de [adres] op grond van een vergunning vuurwerk werd verkocht en afgehaald (door een vorige exploitant in 2014), maakt niet dat daar nu gelet op de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 vuurwerk mag worden afgehaald. Dat verzoekster eigenaar is van het pand aan de [adres] , maakt ook niet dat daar bij haar online besteld vuurwerk mag worden afgehaald.
6. Verder heeft verweerder in het bestreden besluit voldoende uitgelegd dat legalisering niet mogelijk is en dat dit geen reden is om af te zien van het toepassen van bestuursdwang. Ook heeft verweerder in de belangen van verzoekster geen aanleiding hoeven zien om af te zien van het toepassen van bestuursdwang. Hoewel begrijpelijk is dat de belangen van verzoekster groot zijn, heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat, met alle daarbij betrokken belangen en met name het niet verspreiden van het Corona-virus, niet is gebleken van dusdanig bijzondere omstandigheden om af te zien van bestuursdwang. Verder is niet gebleken dat verweerder een onvoorwaardelijke en ondubbelzinnige toezegging aan verzoekster heeft gedaan dat zij na 15 december 2020 bij haar besteld vuurwerk mag laten afhalen bij ‘ [winkel] ’.
7. De conclusie van deze uitspraak is dat verzoekster moet stoppen met het laten afhalen van vuurwerk op het adres [adres] of een andere afhaallocatie.
8. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek deels toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht vergoedt.
9. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting). Die punten hebben een waarde van € 525,- bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 1050,-.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 december 2020 door mr. M.P. Glerum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier.
De griffier is verhinderd de
uitspraak te ondertekenen
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Hij verwijst daarbij naar artikel 4.a1, eerste lid, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19.
2.Artikel 4.a1, eerste lid, aanhef en onder s, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19.
3.Regeling van de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 december 2020, Staatscourant 2020, nr. 66909.
4.https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/vuurwerk/vraag-en-antwoord/waar-kan-ik-tijdens-lockdown-fop--en-schertsvuurwerk-kopen.