Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
thans gedetineerd in de PI Rijnmond - HvB De IJssel te Krimpen aan den IJssel.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Niemand liep naakt door het huis, alleen met een handdoek eromheen. [59] Mijn man bracht vaak de kinderen naar school. Dat deed hij met de auto. Ze gingen ook alle drie wel eens met hem mee als hij kranten ging halen of rondbrengen. [60]
Op welke momenten lagen de kinderen bij uw vrouw en u in bed ?Als we samen bij elkaar waren kwamen ze ’s morgens weleens bij ons op de kamer. Meestal in het weekend. [61] Dat hebben ze tot het laatste moment gedaan. [62]
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF/MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJ
10.VORDERING TENUITVOERLEGGING
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
een gevangenisstraf van 5 (vijf) jaren;
ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidvoor de duur van 5 jaren die het volgende inhoudt:
- verdachte zal op geen enkele wijze – direct of indirect – contact opnemen zoeken of hebben met [slachtoffer 1] (zijn dochter), geboren op [2008] , [slachtoffer 3] (zijn zoon), geboren op [2006] , en [slachtoffer 2] (zijn zoon), geboren op [2009] ;
- beveelt dat voor het geval de maatregel wordt overtreden de maatregel telkens wordt vervangen door twee weken hechtenis;
- beveelt dat de totale duur van de dan ten uitvoer te leggen vervangende hechtenis ten hoogste zes maanden bedraagt;
- bepaalt dat van deze maatregel kan worden afgeweken indien het belang van de kinderen dit vergt en indien de kinderen daarbij door SAVE of een soortgelijke hulpverleningsinstantie tijdens het contact worden begeleid;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 15.102,39 (€ 102,39 aan materiële schade en € 15.000,- aan immateriële schade);
- wijst de vordering van [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van € 7.602,39 (€ 102,39 aan materiële schade en € 7.500,- aan immateriële schade);
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 7.602,39 (€ 102,39 aan materiële schade en € 7.500,- aan immateriële schade);
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2018 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart de benadeelde partijen voor wat betreft het meer gevorderde (materiële en immateriële schade) niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vorderingen voor dat deel kunnen worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 28,65;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] aan de Staat te betalen respectievelijk € 15.102,39, € 7.602,39 en € 7.602,39, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 186 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde partijen dan wel aan de Staat heeft vergoed;