ECLI:NL:RBMNE:2020:5806

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 december 2020
Publicatiedatum
18 januari 2021
Zaaknummer
UTR 20/1314 en UTR 20/1319
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:4 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen herbeoordeling toets en afwijzing hardheidsclausule ongegrond verklaard

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de herbeoordeling van haar toets major Burgerlijk recht en tegen de afwijzing van haar verzoek tot toepassing van de hardheidsclausule. De herbeoordeling vond plaats op 2 januari 2020 waarbij één extra punt werd toegekend, maar het resultaat bleef onvoldoende.

De rechtbank oordeelt dat de herbeoordeling van een toets een besluit is als bedoeld in artikel 8:4, derde lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen geen beroep openstaat. Daarom is het bezwaar tegen de herbeoordeling terecht niet-ontvankelijk verklaard. Ook het beroep tegen de afwijzing van de hardheidsclausule is niet-ontvankelijk omdat dit verzoek eveneens betrekking heeft op de herbeoordeling van de toets.

De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die bevestigt dat tegen toetsbeoordelingen geen bezwaar of beroep mogelijk is. De formele bezwaren van eiseres tegen de wijze van beoordeling leiden niet tot een ander oordeel. Het beroep tegen het primaire besluit 2 wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending.

Uitkomst: Het beroep tegen de herbeoordeling van de toets is ongegrond en het beroep tegen de afwijzing van de hardheidsclausule niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Amersfoort
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 20/1314 en UTR 20/1319

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

10 december 2020 in de zaken tussen

mr. [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

(gemachtigde mr. Sonderegger)
en

Examencommissie van de Beroepsopleiding Advocaten, verweerder

(gemachtigden: mr. M.W.P. De Boer en mr. Wenting).

Procesverloop

Op verzoek van eiseres heeft verweerder op 2 januari 2020 (het primaire besluit 1) de toets major Burgerlijk recht her beoordeeld en 1 extra punt toegekend, maar het resultaat blijft onvoldoende.
Bij besluit van 21 februari 2020 (de beslissing op bezwaar) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de herbeoordeling niet-ontvankelijk verklaard.
Bij besluit van 25 maart 2020 (het primaire besluit 2) heeft verweerder het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule dat eiseres heeft gedaan bij haar bezwaarschrift afgewezen.
Eiseres heeft tegen de beslissing op bezwaar en tegen het primaire besluit 2 beroep ingediend.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 december 2020. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep met tegen het bestreden besluit ongegrond en;
  • verklaart het beroep tegen het primaire besluit 2 niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Verweerder heeft het bezwaar tegen de herbeoordeling van 2 januari 2020 van de toets van 22 juni 2019 terecht niet-ontvankelijk verklaard. De (her)beoordeling van een toets is een besluit als bedoeld in artikel 8:4, derde lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tegen de (her)beoordeling van het kennen of kunnen van een kandidaat staat geen beroep bij de bestuursrechter open en dus ook geen bezwaar.
De formele bezwaren die eiseres aanvoert tegen de wijze van beoordeling maken dat niet anders. Mocht daar na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvs) van 24 oktober 2018 [1] nog onduidelijkheid over bestaan, dan is deze met de uitspraak van 1 april 2020 [2] volledig weggenomen nu hierin met zoveel worden is opgenomen dat voor de vraag of aan formele voorschriften is voldaan ook geen ruimte is.
De conclusie van verweerder is juist. Daarmee is het beroep gericht tegen de beslissing op bezwaar ongegrond.
2. Wat betreft de beslissing over de weigering de hardheidsclausule toe te passen geldt hetzelfde: eiseres heeft dit gedaan omdat zij het niet eens is met de herbeoordeling van
2 januari 2020 en voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk zou zijn. Eiseres heeft met zoveel woorden aangegeven dat zij wil dat wordt afgeweken van het examenreglement in die zin dat de tentamenuitslag opnieuw wordt beoordeeld op basis van de gegevens en argumenten die zij in het verzoek om herbeoordeling en in bezwaar naar voren heeft gebracht. Ook dit verzoek betreft de herbeoordeling van een toets en daarmee een verzoek om een besluit over het kennen en kunnen te nemen. Het antwoord daarop is dus evenmin een besluit waartegen bezwaar en beroep mogelijk is.
In navolging van de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 19 december 2019 [3] , in stand gelaten door ABRvS in voornoemde uitspraak van 1 april 2020, verklaart de rechtbank het door eiseres rechtstreeks ingediende beroep tegen het primaire besluit 2 niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
10 december 2020.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Voetnoten

1.ECLI:NL:RVS:2018:3428. Te raadplegen op www.rechtspraak.nl.