Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de herbeoordeling van haar toets major Burgerlijk recht en tegen de afwijzing van haar verzoek tot toepassing van de hardheidsclausule. De herbeoordeling vond plaats op 2 januari 2020 waarbij één extra punt werd toegekend, maar het resultaat bleef onvoldoende.
De rechtbank oordeelt dat de herbeoordeling van een toets een besluit is als bedoeld in artikel 8:4, derde lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen geen beroep openstaat. Daarom is het bezwaar tegen de herbeoordeling terecht niet-ontvankelijk verklaard. Ook het beroep tegen de afwijzing van de hardheidsclausule is niet-ontvankelijk omdat dit verzoek eveneens betrekking heeft op de herbeoordeling van de toets.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die bevestigt dat tegen toetsbeoordelingen geen bezwaar of beroep mogelijk is. De formele bezwaren van eiseres tegen de wijze van beoordeling leiden niet tot een ander oordeel. Het beroep tegen het primaire besluit 2 wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending.