Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Termijn van 8 weken fataal?
420,00(2 punten x tarief € 210,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen een studente en haar verhuurder over de huurprijs van een kamer die zij huurde van augustus 2018 tot januari 2020. De huurcommissie oordeelde dat de huurprijs te hoog was vastgesteld en bepaalde een lagere huurprijs, waartegen verzet binnen de wettelijke termijn van acht weken mogelijk was.
De verhuurder stelde dat hij niet tijdig op de hoogte was gesteld van de uitspraak en beriep zich op schending van hoor en wederhoor en onbevoegdheid van de huurcommissie vanwege de aard van de huurovereenkomst. Echter, het verzet tegen de uitspraak werd pas na de fatale termijn van acht weken ingesteld, waardoor de uitspraak van de huurcommissie bindend werd.
De kantonrechter oordeelde dat de verhuurder voldoende gelegenheid had gehad om kennis te nemen van de uitspraak en dat het niet ontvangen van brieven niet als bijzondere omstandigheid geldt om de termijn te passeren. De vordering tot terugbetaling van de teveel betaalde huur werd daarom toegewezen, terwijl de vordering tot specificatie van servicekosten werd afgewezen wegens onvoldoende grondslag.
Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegewezen, maar slechts tot het wettelijk maximum. De vordering in reconventie van de verhuurder werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot terugbetaling teveel betaalde huur wordt toegewezen vanwege te laat ingediend verzet tegen huurcommissie-uitspraak.