ECLI:NL:RBMNE:2020:5834
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening Meerzorg wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, vertegenwoordigd door haar zoon, heeft een aanvraag voor Meerzorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) ingediend nadat haar pgb ten onrechte was beëindigd. Verweerder, het Zilveren Kruis Zorgkantoor, wees de aanvraag af omdat geen professionele zorgverlener direct betrokken is bij de zorg. Verzoekster vorderde een voorlopige voorziening voor een voorschot van €18.367,38 over de maanden september tot en met november 2020.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak. Hoewel verzoekster stelde in financiële problemen te verkeren, was dit niet voldoende aannemelijk gemaakt. Bankafschriften en overzichten van inkomsten en lasten waren onvoldoende onderbouwd en de recente lening van €45.000,- maakte het spoedeisend belang minder aannemelijk. Bovendien is bij een financieel geschil doorgaans afwachten van de bodemprocedure mogelijk.
Daarnaast werd geoordeeld dat het primaire besluit niet evident onrechtmatig is. Verweerder heeft beleidsruimte bij de beoordeling van Meerzorg-aanvragen en de afwijzing was niet zonder meer onredelijk. Daarom kon de voorlopige voorziening niet worden toegekend. Het verzoek werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en omdat het primaire besluit niet evident onrechtmatig is.