Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
wonende aan de [adres] , te [woonplaats] .
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
feit 1)
feit 2)
feit 3)
feit 4)
feit 5)
feit 6)
feit 7)
feit 8)
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 15 december 2020;
- een proces-verbaal van bevindingen;
de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1]) tegenover de buurvrouw staan. Ik zag dat mijn buurvrouw, [verdachte] , de vrouw een harde zet tegen de schouder gaf.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 15 december 2020;
- een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] ;
[slachtoffer 2]aangifte gedaan. Hij heeft het volgende verklaard, voor zover relevant voor het bewijs:
Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zover de dader heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste.” Ter onderbouwing van die stelling heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte niet de enige is die negatieve ervaringen heeft met [naam] , dat daar zelfs schriftelijk vragen over zijn gesteld in de gemeente en er verschillende artikelen in de media zijn verschenen over de onjuiste werkwijze van [naam] . Volgens de verdediging heeft verdachte haar flyer/pamflet gebaseerd op die artikelen. De rechtbank verwerpt dat verweer. De teksten op de flyer/het pamflet van verdachte zijn geenszins een (juiste) weergave van wat in bovengenoemde artikelen is geschreven. De teksten op de flyer/het pamflet zijn onmiskenbaar onwaar en door verspreiding daarvan tasten zij de eer en goede naam van de medewerkers van [naam] aan. De rechtbank zal feit 4 bewezen verklaren (zoals hieronder onder rubriek 5 is weergegeven).
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 15 december 2020;
- een proces-verbaal van bevindingen.
de rechtbank begrijpt: te [woonplaats]). Ter plaatse zagen wij op de trap die naar de tribunes leidt mevrouw [verdachte] staan. Ik verbalisant [verbalisant 6] sprak mevrouw [verdachte] aan en deelde haar mede dat zij beter de sporthal diende te verlaten omdat zij daar niet gewenst was. [32]
in de ten laste gelegde periode(dus na het uitreiken van de stopbrief op 18 november 2019, tot en met 4 december 2019) heeft gepleegd.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
gevangenisstrafvan
200 dagen;
96 dagen,
niet zal worden ten uitvoer gelegd,
tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
3 (drie) jarenvast;
- legt aan verdachte op
- beveelt dat verdachte:
- op geen enkele wijze, direct noch indirect, contact zal zoeken en/of hebben met [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] tenzij met toestemming en op initiatief van [slachtoffer 3] ;
- zich niet zal bevinden/ophouden binnen de bebouwde kom van [woonplaats] ;
dadelijk uitvoerbaaris.
heft ophet geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.