Verzoekers ontvangen sinds 2004 bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een anonieme tip heeft het college onderzoek gedaan en geconcludeerd dat verzoekers vanaf 25 juni 2019 inkomsten uit werkzaamheden ontvingen zonder melding en zonder gedegen administratie. Hierdoor is de bijstandsuitkering ingetrokken en is terugvordering van € 21.927,64 opgelegd.
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. Zij stelden financiële nood te ervaren door de intrekking en terugvordering, onderbouwd met bankafschriften, een factuur, een huurovereenkomst en een belastingberekening. De voorzieningenrechter heeft verzoekers verzocht nadere financiële onderbouwing te geven, maar zij hebben hier geen gebruik van gemaakt.
De rechter oordeelt dat de overgelegde stukken onvoldoende zijn om spoedeisend belang aan te tonen. De bankafschriften zijn niet overtuigend gekoppeld aan de financiële situatie van verzoekers en de overige stukken zijn niet actueel. Ook is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig, aangezien verzoekers niet voldeden aan hun inlichtingenplicht en de verdediging onvoldoende overtuigend is.
Daarom wordt het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.