ECLI:NL:RBMNE:2020:5879

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 januari 2020
Publicatiedatum
5 februari 2021
Zaaknummer
20/3262
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij urgentieverklaring woonruimte

Eiseres heeft een aanvraag voor een urgentieverklaring voor woonruimte ingediend, welke door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein is afgewezen in een besluit van 20 april 2020. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt, dat op 29 juli 2020 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.

De rechtbank heeft eiseres meerdere malen verzocht om binnen een gestelde termijn de gronden van haar beroep in te dienen. De advocaat die eiseres aanvankelijk bijstond, diende geen gronden in en gaf later aan niet langer eiseres te vertegenwoordigen. De rechtbank heeft eiseres daarop nogmaals aangetekend verzocht om gronden in te dienen, maar binnen de gestelde termijn zijn geen beroepsgronden ontvangen.

Eiseres is niet verschenen bij de mondelinge behandeling via Skype op 7 januari 2021 en heeft geen redenen gegeven voor het niet indienen van gronden. De rechtbank heeft daarom het beroep niet inhoudelijk behandeld en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Tevens krijgt eiseres geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter L.A. Banga.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/3262
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 januari 2021 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein, verweerder
(gemachtigden: mr. C. Smit en M. Nijenhuis).

Procesverloop

In het besluit van 20 april 2020 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een urgentieverklaring voor woonruimte afgewezen.
In het besluit van 29 juli 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De zitting heeft via een Skypebeeldverbinding plaatsgevonden op 7 januari 2021. Eiseres is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
Iemand die beroep instelt, moet zeggen waarom hij of zij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als er geen gronden worden ingediend, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaart. Dat wil zeggen dat zij de zaak niet inhoudelijk behandelt. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen beroepsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar iemand niets aan kan doen.
3. De rechtbank heeft de advocaat, die eiseres op het moment van het instellen van het beroep bijstond, op 23 september 2020 een brief gestuurd, waarin staat dat zij binnen vier weken moest aangeven waarom zij het niet eens is met het besluit. De rechtbank stelt vast dat de advocaat geen gronden heeft ingediend. Dit komt voor risico van eiseres.
4. De advocaat van eiseres heeft in haar brief van 21 oktober 2020 aangegeven dat zij eiseres niet langer vertegenwoordigt. De rechtbank heeft eiseres nogmaals een brief gestuurd om gronden in te dienen. Deze brief is aangetekend verstuurd op 22 december 2020. De uiterste dag waarop eiseres nog gronden kon indienen was 3 januari 2020. De rechtbank stelt vast dat er binnen de gegeven termijn geen gronden zijn ontvangen.
5. Eiseres heeft de zitting niet bijgewoond. Zij heeft dus ook geen redenen naar voren gebracht waarom zij geen gronden heeft ingediend. De rechtbank zal daarom het beroep niet inhoudelijk behandelen en dus ook geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is niet-ontvankelijk.
6. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De beslissing is uitgesproken op 7 januari 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.