ECLI:NL:RBMNE:2020:5881
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bijzondere curator niet-ontvankelijk in verzoek tot beëindiging ouderlijk gezag
De bijzondere curator heeft namens de minderjarige een verzoek ingediend tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder en het belasten van de pleegouders of de gecertificeerde instelling met de voogdij. De minderjarige verblijft sinds november 2019 in een pleeggezin en staat onder toezicht van de gecertificeerde instelling. Tijdens de mondelinge behandeling was de bijzondere curator, pleegouders, vertegenwoordigers van de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling aanwezig; de moeder was afwezig.
De rechtbank oordeelt dat de bijzondere curator niet bevoegd is om een dergelijk verzoek in te dienen, omdat de wet dit recht uitsluitend toekent aan de Raad voor de Kinderbescherming, het Openbaar Ministerie, pleegouders of de gecertificeerde instelling. De bijzondere curator heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die haar verzoek zouden rechtvaardigen.
De rechtbank wijst erop dat de bijzondere curator wel de mogelijkheid heeft om namens de minderjarige de Raad te verzoeken een onderzoek te starten naar de beëindiging van het gezag. Het verzoek van de bijzondere curator wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en het ouderlijk gezag van de moeder blijft ongewijzigd. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: De bijzondere curator is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder.