AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen herzieningsbesluit
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van 13 januari 2020 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist. Verweerder heeft op 27 maart 2020 een herzieningsbesluit genomen en daarmee het oorspronkelijke besluit ingetrokken. Verzoekster heeft daarop het beroep ingetrokken en een vergoeding van proceskosten gevraagd.
De rechtbank overweegt dat alleen kosten gemaakt door een professionele juridische hulpverlener of andere in het Besluit proceskosten bestuursrecht genoemde kosten vergoed kunnen worden. Omdat verzoekster geen advocaat of andere professionele hulpverlener heeft ingeschakeld en er geen andere kosten zijn gebleken, zijn er geen proceskosten die vergoed kunnen worden.
De rechtbank wijst het verzoek daarom af, maar bepaalt dat verweerder het griffierecht aan verzoekster moet betalen conform artikel 8:41 vanPro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter V.E. van der Does op 10 december 2020.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, maar griffierecht wordt vergoed.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/404
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2020 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder heeft op 9 juni 2020 gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. Verweerder heeft op 13 januari 2020 een besluit genomen. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Op 27 maart 2020 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 13 januari 2020 en dat hij een herziening beslissing op bezwaar genomen. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 enPro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft aangegeven dat er door verzoekster geen kosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. Hij zal wel het griffierecht aan verzoekster betalen.
4. Alleen de kosten die gemaakt zijn door een professionele (juridische) hulpverlener of andere kosten genoemd in artikel 1 vanPro het Bpb kunnen worden vergoed. Omdat verzoekster geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener heeft en van andere kosten in de zin van het Bpb niet is gebleken, zijn er geen kosten die vergoed kunnen worden.
5. De rechtbank wijst het verzoek af.
6. Verweerder moet wel het griffierecht aan verzoekster betalen (artikel 8:41 vanPro de Awb).
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E. van der Does, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 10 december 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.