ECLI:NL:RBMNE:2020:5903

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 december 2020
Publicatiedatum
9 februari 2021
Zaaknummer
20/3965
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 26 Invorderingswet 1990Art. 30 Invorderingswet 1990Art. 49 Invorderingswet 1990Art. 62a Invorderingswet 1990
Verwijzingen
13 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen afwijzing verzoek kwijtschelding belastingaanslag

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn verzoek om kwijtschelding van een belastingaanslag door de invorderingsambtenaar en het administratief beroep dat daarop volgde. De rechtbank heeft onderzocht of zij bevoegd is om over dit beroep te oordelen.

Op grond van artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een belanghebbende beroep instellen tegen bestuursrechtelijke besluiten, behalve tegen besluiten genoemd in de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak. Deze regeling sluit beroep uit tegen besluiten op grond van de Invorderingswet 1990, behalve die op grond van artikelen 30, 49 of 62a.

De bestreden besluiten zijn genomen op grond van artikel 26 van Pro de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, en vallen daarmee niet onder de mogelijkheid tot bestuursrechtelijk beroep. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van het gerechtshof Amsterdam ter onderbouwing.

Daarom is de rechtbank onbevoegd om het beroep te behandelen en verklaart zij zich onbevoegd. Het betaalde griffierecht wordt terugbetaald en een proceskostenveroordeling wordt niet uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/3965

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de uitspraak van verweerder van 19 juli 2020 op zijn administratief beroep (de bestreden uitspraak).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Eiser heeft de invorderingsambtenaar gevraagd om kwijtschelding van de aan hem opgelegde aanslag met aanslagnummer [aanslagnummer] . De invorderingsambtenaar heeft dit verzoek om kwijtschelding in zijn beslissing van 1 juni 2020 afgewezen. Daarna heeft verweerder het door eiser ingestelde administratief beroep afgewezen.
3. Op grond van artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. In de Awb staat ook dat tegen een aantal besluiten geen beroep kan worden ingesteld. Het gaat dan om besluiten die in de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (de Bevoegdheidsregeling) worden genoemd. In deze Bevoegdheidsregeling staat dat geen beroep kan worden ingesteld tegen besluiten die zijn genomen op grond van de Invorderingswet 1990, met uitzondering van de artikelen 30, 49 of 62a. Met andere woorden: er kan dus alleen tegen beslissingen op grond van de artikelen 30, 49 of 62a van de Invorderingswet 1990 beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld.
4. De beslissing van 1 juni 2020 en de bestreden uitspraak, waarmee eiser het niet eens is, zijn genomen op grond van artikel 26, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, en de artikelen 7, eerste lid en 25 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
Dat is in overeenstemming met artikel 255, tweede lid, van de Gemeentewet. In dat artikel van de Gemeentewet staat namelijk dat de regels die gelden voor artikel 26 van Pro de Invorderingswet 1990 ook op het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van toepassing zijn. Die regels zijn in een ministeriële regeling opgesteld door Onze Minister van Financiën. De rechtbank verwijst naar een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van n26 april 2012 (ECLI:NL:GHAMS:2012:BW5417).
5. Kort samengevat komt dit erop neer dat tegen de bestreden uitspraak van verweerder geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld. Eiser kan uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter instellen op de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde wijze indien hij vindt dat verweerder zijn verzoek om kwijtschelding ten onrechte heeft afgewezen.
6. Dit betekent dat de bestuursrechter onbevoegd is om op het beroep van eiser te beslissen. De bestuursrechter van de rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren.
7. Omdat de bestuursrechter onbevoegd is, zal het door eiser betaalde griffierecht worden terugbetaald. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De (bestuursrechter van de) rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 14 december 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.