ECLI:NL:RBMNE:2020:5937
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening medische urgentieverklaring wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft bij besluit van 7 november 2019 een medische urgentieverklaring aangevraagd, welke door het college van burgemeester en wethouders van Almere is afgewezen. Tegen het bezwaar hiertegen is eveneens negatief beslist op 8 mei 2020. Verzoekster stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed, zoals vereist op grond van artikel 8:81, eerste lid, Awb. Verzoekster stelde dat spoedeisendheid voortvloeide uit de aard van haar urgentieaanvraag. Zij kon echter niet tijdig aantonen dat zij niet kon wachten op de beslissing in de bodemprocedure. Uit het dossier bleek dat verzoekster een woning had waar zij niet langer wilde verblijven vanwege sociaal isolement en psychische problemen, maar er was geen sprake van dreigende dakloosheid of onomkeerbare gevolgen bij uitstel.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het ontbreken van spoedeisend belang betekent dat alleen bij evident onrechtmatigheid van het besluit een voorlopige voorziening kan worden getroffen. Dit was niet het geval omdat het college gemotiveerd had dat verzoekster niet aan de urgentievoorwaarden voldeed en verzoekster dit niet had weersproken.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.