Tussen partijen is een aannemingsovereenkomst gesloten voor de bouw van een appartement. Eisers stellen dat de oplevering te laat was en vorderen een gefixeerde schadevergoeding van €9.310,00, schadevergoeding voor beschadigde materialen en verbetering van de waterdruk. De kantonrechter stelt vast dat de bouw startte op 19 juni 2017 en dat de woning uiterlijk op 1 april 2019 opgeleverd had moeten worden. De feitelijke oplevering vond plaats op 13 juni 2019, wat leidt tot een overschrijding van 73 kalenderdagen.
De kantonrechter wijst de vordering tot gefixeerde schadevergoeding toe voor deze 73 dagen, berekend op basis van 0,25 promille van de koop-/aanneemsom van €279.990,00, wat neerkomt op €5.110,00. Daarnaast wordt een schadevergoeding van €134,58 toegekend voor buitenkranen die niet waren geïnstalleerd. De vordering voor schade aan een douchewand wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Ten aanzien van de waterdruk oordeelt de kantonrechter dat onvoldoende is aangetoond dat de druk lager is dan het vereiste niveau voor een appartement op de derde verdieping, zodat de vordering tot verhoging van de waterdruk wordt afgewezen. De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen tot het wettelijk maximum van €637,23. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.