Eiseres heeft op 12 december 2019 een verzoek om handhaving ingediend bij de gemeente Utrecht. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van acht weken een besluit genomen. Eiseres stelde de gemeente op 3 april 2020 in gebreke. De gemeente stelde dat het verzoek niet was ontvangen door de juiste afdeling en dat het verzoek mogelijk niet was ondertekend, waardoor het niet in behandeling werd genomen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek wel degelijk door de gemeente is ontvangen en dat het de verantwoordelijkheid van de gemeente is om het verzoek bij de juiste afdeling te laten behandelen. De rechtbank laat in het midden of het verzoek ondertekend was, maar benadrukt dat de gemeente eiseres had moeten verzoeken om dit te herstellen. Omdat de gemeente niet tijdig heeft beslist, is het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank stelt de door de gemeente te betalen dwangsom vast op het maximale bedrag van € 1.442,- voor de periode van 42 dagen na ingebrekestelling. Daarnaast moet de gemeente binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit nemen. Voor elke dag dat de gemeente daarna nog te laat is, geldt een dwangsom van € 100,- met een maximum van € 15.000,-. Verder wordt de gemeente veroordeeld tot betaling van € 262,50 aan proceskosten en het griffierecht van € 178,- aan eiseres.