ECLI:NL:RBMNE:2020:5999
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op Wob-aanvraag met oplegging dwangsom
Eiser heeft op 28 augustus 2019 een aanvraag ingediend bij de Minister voor Rechtsbescherming op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De minister had uiterlijk op 25 september 2019 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Hoewel eiser akkoord ging met een verlenging van vier weken, vond deze verlenging niet tijdig plaats, waardoor de beslistermijn niet correct is verlengd.
Eiser heeft de minister op 25 november 2019 in gebreke gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder dat een besluit is genomen. De rechtbank oordeelt dat de minister alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Ondanks het verzoek van de minister om rekening te houden met de complexiteit van het verzoek, acht de rechtbank dit niet voldoende reden voor uitstel.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens moet de minister het griffierecht van € 178,- aan eiser vergoeden. Het beroep wordt daarmee kennelijk gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen vernietigd.
Uitkomst: Minister moet binnen twee weken alsnog besluiten en betaalt dwangsom en griffierecht aan eiser.