ECLI:NL:RBMNE:2020:6001

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 oktober 2020
Publicatiedatum
5 augustus 2021
Zaaknummer
UTR 20/1763
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 7:10 AwbArt. 7:13 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling tegen besluit Minister voor Rechtsbescherming

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen door de Minister voor Rechtsbescherming op zijn bezwaarschrift. De rechtbank stelt vast dat het primaire besluit op 18 december 2019 is genomen en dat eiser zijn bezwaarschrift op 24 januari 2020 heeft ingediend. De beslistermijn, vanwege de betrokken hoorcommissie, bedroeg twaalf weken en liep tot uiterlijk 23 april 2020.

Eiser heeft de Minister op 9 maart 2020 in gebreke gesteld, maar deze ingebrekestelling werd door de rechtbank als te vroeg beschouwd omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor is de ingebrekestelling niet rechtsgeldig en is het beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaard.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier N.J.R. Kalaykhan op 13 oktober 2020 te Utrecht. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een te vroeg ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/1763

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 oktober 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

de Minister voor Rechtsbescherming, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Awb.
3. De rechtbank stelt vast dat het primaire besluit is genomen op 18 december 2019. Eiser heeft zijn bezwaarschrift ingediend op 24 januari 2020. Verweerder moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn is verstreken. In deze zaak eindigde de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift dus op 29 januari 2020. Omdat er een hoorcommissie is geldt in dit geval een beslistermijn termijn van twaalf weken. Dat staat in artikel 7:10 en Pro 7:13 van de Awb. Uitgaande van een beslistermijn van twaalf weken die is ingegaan op 30 januari 2020, diende verweerder dus uiterlijk op 23 april 2020 te beslissen. Verweerder had op die datum nog steeds niet beslist.
4. De rechtbank stelt verder vast dat eiser verweerder op 9 maart 2020, door verweerder ontvangen op 11 maart 2020, in gebreke heeft gesteld. Omdat 23 april 2020 de laatste dag van de beslistermijn was, was op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet verstreken. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 9 maart 2020 te vroeg is ingediend. Er is dan ook geen sprake van een rechtsgeldige ingebrekestelling.
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van N.J.R. Kalaykhan, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2020.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.