ECLI:NL:RBMNE:2020:6003
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op Wob-verzoek
Eiser diende op 30 juli 2019 een verzoek in op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Verweerder ontving het verzoek op 9 augustus 2019 en had uiterlijk 6 september 2019 moeten beslissen. Deze termijn werd eenmaal verlengd tot 4 oktober 2019, maar verweerder had op die datum nog geen besluit genomen.
Eiser stelde verweerder op 21 januari 2020 in gebreke, waarna twee weken verstreken zonder dat een besluit werd genomen. Verweerder erkende de overschrijding van de beslistermijn en verzocht om een nieuwe termijn tot 30 juli 2020. De rechtbank oordeelt dat verweerder alsnog binnen twee weken na de uitspraak een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard, het griffierecht van € 178,- wordt aan eiser vergoed en het niet tijdig genomen besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.