ECLI:NL:RBMNE:2020:6007

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 juli 2020
Publicatiedatum
19 augustus 2021
Zaaknummer
UTR 20/625
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn inzageverzoek AVG

Verzoeker, de korpschef van politie, was in beroep gegaan tegen het uitblijven van een besluit op zijn inzageverzoek op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Verweerder, de korpschef van politie, nam vervolgens alsnog een besluit. Hierop trok verzoeker het beroep in en vroeg vergoeding van zijn proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat verweerder de proceskosten van verzoeker moest betalen, omdat verweerder de beslissing te laat had genomen. Gezien de aard van de zaak werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast, wat resulteerde in een vergoeding van € 262,50. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht.

De uitspraak werd gedaan door rechter M.C. Verra en griffier N.J.R. Kalaykhan op 21 juli 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Verzoeker kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Verweerder is veroordeeld tot betaling van € 262,50 aan proceskosten en het griffierecht aan verzoeker wegens overschrijding van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/625

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2020 in de zaak tussen

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. W. de Klein),
en

de korpschef van politie, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft op 21 februari 2020 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verzoeker is op 4 februari 2020 in beroep gegaan tegen het uitblijven van een besluit. Verweerder heeft op 19 februari 2020 een besluit genomen op de aanvraag van verzoeker om inzage op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te betalen. De rechtbank kent het verzoek daarom toe. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op € 262,50,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 0,5).
5. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:41 van Pro de Awb).

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 262,50,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van N.J.R. Kalaykhan, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 21 juli 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
- de griffier is verhinderd de

uitspraak te ondertekenen -

griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.