ECLI:NL:RBMNE:2020:6033
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen toepassing kostendelersnorm bij bijstandsuitkering
Eiser maakte bezwaar tegen de toepassing van de kostendelersnorm op zijn bijstandsuitkering, stellende dat hij een kamer huurt van een derde tegen een commerciële huurprijs. Verweerder handhaafde de kostendelersnorm omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een commerciële huurrelatie.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van maandelijkse huurbetalingen vanaf augustus 2017, mede omdat de huurovereenkomst achteraf was opgesteld en bankafschriften slechts een deel van de periode besloegen. Tegenstrijdige verklaringen over huurbetalingen en de woon- en leefsituatie wezen niet op een zakelijke huurrelatie. Ook de stelling dat de Belastingdienst eiser als onderhuurder aanmerkte, was onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en het bestreden besluit van verweerder in stand blijft. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de toepassing van de kostendelersnorm wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.