Op 7 juli 2019 drong verdachte opzettelijk en wederrechtelijk het digitale account van de aangever binnen door gebruik te maken van haar wachtwoord, zonder daartoe gerechtigd te zijn. Dit werd bewezen door zijn bekentenis en het proces-verbaal van aangifte.
De rechtbank oordeelde dat het bewezen feit strafbaar is als computervredebreuk en dat verdachte strafbaar is, mede gezien zijn eerdere veroordeling in mei 2018 voor soortgelijke feiten en het feit dat hij destijds in proeftijd verkeerde. De reclassering bracht naar voren dat verdachte lijdt aan een hardnekkige persoonlijkheidsstoornis die langdurige klinische behandeling vereist.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 4 maanden voorwaardelijk op met een proeftijd van 3 jaar, inclusief bijzondere voorwaarden zoals een contactverbod met de aangeefster, verplichte klinische behandeling en medewerking aan digitale controles. Daarnaast werd de proeftijd van een eerdere voorwaardelijke straf verlengd met één jaar.
De in beslag genomen telefoons en een SANDISK werden aan verdachte teruggegeven omdat het delict niet met deze apparaten was gepleegd en recidive via deze toestellen niet mogelijk was. De straf en voorwaarden zijn mede gericht op het voorkomen van herhaling en het bevorderen van gedragsverandering.