Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
thans gedetineerd in de [verblijfplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
Op 10 januari 2020 heeft verdachte meerdere levensmiddelen weggenomen bij een winkel, met het oogmerk deze wederrechtelijk toe te eigenen. Verdachte heeft dit feit bekend tijdens een verhoor op 13 januari 2020. De rechtbank acht het bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan winkeldiefstal.
Verdachte is een stelselmatige dader met een lange geschiedenis van justitiële veroordelingen en reclasseringstoezicht, waaronder een eerdere ISD-maatregel die positief werd afgerond. Sinds 2017 is verdachte dakloos en kampt hij met verslavingsproblematiek, wat het recidiverisico verhoogt. De reclassering adviseert een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van 1 jaar vanwege de ernst van het delict en het recidiverisico.
De rechtbank volgt dit advies en legt de ISD-maatregel op voor 1 jaar zonder aftrek van voorarrest. Een tussentijdse toetsing na 6 maanden wordt niet bevolen omdat dit onvoldoende onderbouwd is. Verdachte wordt vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen zijn.
De beslissing is gebaseerd op artikelen 38m, 38n en 310 van het Wetboek van Strafrecht. Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 17 maart 2020.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor winkeldiefstal en opgelegd een ISD-maatregel van 1 jaar zonder aftrek van voorarrest en zonder tussentijdse toetsing.