Op 26 februari 2020 hebben verdachte en een medeverdachte het slachtoffer in Bussum onder bedreiging met geweld gedwongen om zijn iPhone en OV-chipkaart af te geven. Het slachtoffer werd naar een onzichtbare hoek gedwongen waar hij niet kon ontsnappen, en voelde zich ernstig bedreigd. Verdachte erkende de situatie, maar bagatelliseerde zijn rol en nam onvoldoende verantwoordelijkheid.
De rechtbank achtte het bewijs, waaronder de verklaringen van het slachtoffer en verdachte, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleger was van afpersing. De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van geweld, maar dit werd verworpen omdat de bedreiging en het fysieke duwen het dwangmiddel vormden.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn jeugdige leeftijd en begeleiding. Gezien deze factoren werd een werkstraf van 80 uren opgelegd, met een vervangende jeugddetentie van 40 dagen bij niet-nakoming.
Daarnaast werd verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor materiële en immateriële schade aan het slachtoffer, die werd vastgesteld op €529,16 plus wettelijke rente. De rechtbank gelastte ook de teruggave van in beslag genomen goederen aan verdachte.
Het vonnis werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op 14 augustus 2020.