Op 15 februari 2020 werd verdachte in Almere betrapt op het bezit van een vuurwapen van het merk Walther PK380, kaliber 9mm PAK, inclusief patroonmagazijn. Tevens heeft verdachte een buitengewoon opsporingsambtenaar beledigd met grove woorden en weigerde hij op eerste vordering zijn identiteitsbewijs te tonen.
Tijdens de terechtzittingen op 12 mei en 4 augustus 2020 bekende verdachte de feiten omtrent het vuurwapen en de belediging. Het niet tonen van het identiteitsbewijs werd eveneens bewezen verklaard, ondanks dat het paspoort later in zijn jaszak werd gevonden. De verdediging voerde aan dat het vuurwapen bedoeld was als nepwapen ter afschrikking vanwege eerdere bedreigingen en pleitte vrijspraak voor het niet tonen van het identiteitsbewijs.
De rechtbank achtte het bezit van het vuurwapen en de belediging bewezen en strafbaar. Gelet op de ernst van het vuurwapenbezit en de maatschappelijke risico’s legde de rechtbank een gevangenisstraf van 4 maanden op. Voor het niet tonen van het identiteitsbewijs werd een schuldigverklaring zonder straf opgelegd vanwege de geringe ernst. Tevens werd de voorwaardelijke jeugddetentie van 3 maanden uit 2017 tenuitvoer gelegd wegens recidive.
Het in beslag genomen vuurwapen en patroonhouder werden onttrokken aan het verkeer, terwijl de in beslag genomen telefoons aan verdachte werden teruggegeven. De voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht op de opgelegde straf.