Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
10 februari 2020, in het gebouw van de rechtbank te Lelystad.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een crisismaatregel die op 3 januari 2020 door de burgemeester van Hilversum is opgelegd. Het beroep is gebaseerd op de schending van artikel 7:2 lid 3 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), omdat de burgemeester niet binnen 24 uur na het opleggen van de maatregel zorg heeft gedragen voor toevoeging van een advocaat.
Tijdens de mondelinge behandeling op 10 februari 2020 was de advocaat van betrokkene aanwezig, maar de gemeente Hilversum was niet vertegenwoordigd. De rechtbank stelt vast dat betrokkene ernstig verward was en dat er geen bewijs is van bedenkingen tegen toevoeging van een advocaat. De burgemeester had derhalve de verantwoordelijkheid om binnen 24 uur een advocaat toe te voegen, wat niet is gebeurd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens schending van artikel 7:2 lid 3 Wvggz Pro. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat betrokkene onvoldoende heeft onderbouwd welke schade is geleden door het ontbreken van rechtsbijstand gedurende drie dagen. Ook het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen, aangezien betrokkene geen griffierecht verschuldigd was en geen overige kosten zijn aangetoond.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens niet tijdige toevoeging van een advocaat, maar het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.