Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 21 januari 2020;
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 13 februari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde betrokkene dat hij niet meer zonder medicatie kan en dat hij bereid is het depot te halen. Zijn advocaat betwistte enkele in de stukken genoemde feiten, zoals het vermeende weigeren van medicatie en zorgen van familieleden. De zus van betrokkene gaf aan dat betrokkene nu ziekte-inzicht heeft en zich met een machtiging beperkt zou voelen. De casemanager bevestigde dat het goed gaat sinds de medicatiewijziging in 2018 en dat betrokkene meewerkt aan de behandeling.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene zorg nodig heeft vanwege de psychische stoornis die leidt tot ernstig nadeel, maar dat passende zorg op vrijwillige basis mogelijk is. Omdat betrokkene vrijwillig meewerkt en sinds 2018 geen opname meer nodig was, werd het verzoek tot zorgmachtiging afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene vrijwillig meewerkt aan medicatie en behandeling.