ECLI:NL:RBMNE:2020:711
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen crisismaatregel burgemeester Utrecht afgewezen wegens rechtmatigheid gehoor
Betrokkene stelde beroep in tegen een crisismaatregel die de burgemeester van Utrecht op 13 januari 2020 oplegde. Hij voerde aan dat de hoorplicht niet was nageleefd, omdat geen bewijs was dat hij daadwerkelijk was gehoord, wat volgens hem strijdig was met de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
De rechtbank hield op 5 februari 2020 een mondelinge behandeling waarbij de advocaat van betrokkene en vertegenwoordigers van de burgemeester aanwezig waren. De burgemeester stelde dat betrokkene wel degelijk was gehoord, maar vanwege zijn verwarde toestand niet goed kon communiceren, waardoor expliciete toestemming voor het horen en andere formaliteiten niet duidelijk waren.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester rechtmatig had gehandeld. Uit het episodejournaal bleek dat betrokkene in de gelegenheid was gesteld om te worden gehoord. De rechtbank vond het verstandig dat dergelijke verslagen voortaan bij crisismaatregelen worden gevoegd voor controle.
Verder wees de rechtbank het standpunt van betrokkene af dat de burgemeester ook moest beoordelen of vrijwillige hulpverlening nog mogelijk was; deze taak ligt bij de psychiater. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek tot vernietiging van het besluit af en veroordeelde de gemeente niet tot proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel van de burgemeester is ongegrond verklaard en het verzoek tot vernietiging afgewezen.