ECLI:NL:RBMNE:2020:748
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A.M. Penders
- Rechtspraak.nl
Toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks hogere vaste lasten dan inkomen
Verzoeker heeft een schuldenlast van €5.280,11 en ontvangt een WIA-uitkering van €1.684,46 per maand. Zijn vaste lasten zijn hoger dan zijn inkomen, waardoor de schulden oplopen. Ondanks hulp van een beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlener lukt het niet om de situatie te verbeteren.
Verzoeker komt niet in aanmerking voor huurtoeslag vanwege een te hoge huur en woningcorporatie Portaal werkt niet mee aan huurverlaging of woningruil vanwege een huurschuld. Daarnaast is verzoeker alimentatieplichtig voor zijn zoon, maar kan hij de advocaatkosten voor een officiële wijziging van de alimentatieverplichting niet betalen.
De rechtbank overweegt dat verzoeker te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Hoewel hij waarschijnlijk niet aan de verplichting kan voldoen om geen nieuwe schulden te maken, is dit hem niet te verwijten. De schuldenlast is relatief laag en verzoeker is saneringsgezind.
De rechtbank besluit verzoeker toe te laten tot de schuldsaneringsregeling en benoemt een rechter-commissaris en bewindvoerder. Het is van belang binnen de regeling oplossingen te vinden voor de alimentatie- en huurlastenproblematiek.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt toegewezen ondanks hogere vaste lasten dan inkomen.