Partijen zijn gehuwd in 2016 en hebben twee minderjarige kinderen met meerdere nationaliteiten. De vrouw is met de kinderen in juni 2019 naar Peru vertrokken en is niet teruggekeerd, wat de man niet toestond. De vrouw verzocht voorlopige partner- en kinderalimentatie.
De rechtbank stelt de Nederlandse rechter bevoegd en past Nederlands recht toe. De behoefte van de kinderen wordt vastgesteld op €1.271 per maand, de draagkracht van de man op €1.592 en van de vrouw op €322. Na zorgkorting moet de man €496,50 per kind per maand betalen.
De rechtbank wijst het verzoek tot partneralimentatie af omdat de vrouw zonder toestemming met de kinderen in Peru verblijft, het gezamenlijk gezag ondermijnt en het contact met de man frustreert. De man is niet verplicht bij te dragen in haar levensonderhoud zolang de situatie voortduurt.
Er zijn afspraken gemaakt over mediation en communicatie over de kinderen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.