ECLI:NL:RBMNE:2020:841
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep op vertrouwensbeginsel bij vaststelling WAO-uitkering en inkomensbegrip
Eiseres ontvangt een WAO-uitkering op basis van arbeidsongeschiktheidsklasse 80-100% en werkt daarnaast als zelfstandige. In 2016 vroeg zij om nadere uitleg over het inkomensbegrip dat bij de WAO wordt gehanteerd. Verweerder gaf per e-mail aan dat het inkomen uit zelfstandige arbeid wordt bepaald door de belastbare winst vermeerderd met de MKB-winstvrijstelling, zonder vermelding van de ondernemersaftrek.
Op basis van deze informatie stemde eiseres haar werkzaamheden af en realiseerde een belastbare winst van 0. Bij de definitieve vaststelling van haar uitkering over 2017 verrekende verweerder echter ook de ondernemersaftrek, wat leidde tot een terugvordering van voorschotten.
Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, stellende dat zij mocht vertrouwen op de eerdere uitleg van verweerder. De rechtbank volgde het in de rechtspraak ontwikkelde stappenplan voor het vertrouwensbeginsel en oordeelde dat eiseres redelijkerwijs mocht vertrouwen op de e-mail van de medewerker van verweerder, die de opvatting van het bevoegde bestuursorgaan vertolkte.
Er waren geen zwaarder wegende belangen die dit vertrouwen konden doorbreken. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op opnieuw te beslissen met inachtneming van dit oordeel. Tevens werd verweerder veroordeeld het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd.