ECLI:NL:RBMNE:2020:842
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in beroepschriftprocedure
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. A.J.P. Schotman in een beroepschriftprocedure. Het verzoek werd schriftelijk ingediend op 28 februari 2020, na de mondelinge einduitspraak van 24 februari 2020.
De wrakingskamer overwoog dat op grond van artikel 512 Sv Pro wraking slechts mogelijk is zolang de rechter de zaak nog behandelt. Omdat de einduitspraak de behandeling van de zaak heeft beëindigd, kan geen wraking meer worden toegewezen. Het tijdstip van schriftelijke vastlegging van de uitspraak doet hier niet aan af.
Daarom verklaarde de wrakingskamer verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Gezien deze kennelijke niet-ontvankelijkheid vond geen mondelinge behandeling plaats. De beslissing werd op 5 maart 2020 in het openbaar uitgesproken en is onherroepelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak werd ingediend.