Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met producties;
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres en gedaagde hadden een affectieve relatie waaruit een minderjarige is geboren. Gedaagde erkende het kind en heeft omgangsrecht, maar de verhouding tussen partijen is verstoord. Gedaagde plaatste op Facebook een bericht waarin hij eiseres bekritiseerde over de omgang met het kind, en stuurde WhatsApp-berichten over de opvoeding.
Eiseres vorderde in kort geding een verbod op negatieve uitlatingen van gedaagde op sociale media en een rectificatie. De voorzieningenrechter verleende verstek tegen gedaagde, maar wees de vorderingen af omdat deze te algemeen waren en een beperking van het recht op vrijheid van meningsuiting zouden betekenen.
De rechter overwoog dat de uitlatingen feitelijk waren en geen grof taalgebruik bevatten, en dat gedaagde zijn visie op zijn eigen Facebookpagina mocht delen. De belangenafweging tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op bescherming van de goede naam en privacy van eiseres leidde tot afwijzing van de vorderingen.
Ook de gevorderde rectificatie werd afgewezen omdat deze gedaagde zou dwingen tot een verklaring die hij niet aannemelijk achtte. De gevorderde dwangsommen en kostenveroordeling werden eveneens afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verbod op negatieve uitlatingen en de rectificatie af na belangenafweging tussen vrijheid van meningsuiting en bescherming van goede naam.