Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
- de medische verklaring d.d. 8 februari 2020
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ.
Rechtbank Midden-Nederland
De officier van justitie verzocht op 10 februari 2020 om voortzetting van een crisismaatregel die op 8 februari 2020 was opgelegd aan betrokkene, die verblijft in een GGz-instelling. De mondelinge behandeling vond plaats op 11 februari 2020, waarbij betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en een begeleider werden gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig.
De psychiater gaf aan dat betrokkene een zeer ernstig psychotisch beeld vertoonde met katatonie en hoge koorts, en dat medicamenteuze behandeling noodzakelijk is. Betrokkene wil terugkeren naar zijn woonplek, maar de rechtbank constateert een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door de psychische stoornis, waardoor de crisismaatregel noodzakelijk is.
De rechtbank oordeelt dat verplichte zorgvormen zoals opname, medicatie, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht noodzakelijk, evenredig en effectief zijn om het nadeel af te wenden. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging wordt verleend voor drie weken tot en met 3 maart 2020. Andere verzoeken worden afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken met noodzakelijke vormen van verplichte zorg.