Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
- de medische verklaring d.d. 17 januari 2020;
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene]
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 11 februari 2020 uitspraak gedaan over het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene die lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornis.
Betrokkene was het niet eens met het verzoek en ontkende een psychotische stoornis te hebben, meende dat zij kanker had en wilde naar een ziekenhuis voor onderzoek. De psychiater stelde tijdens de zitting dat betrokkene vanuit een psychose gevaarlijke beslissingen neemt en dat de behandeling meer tijd nodig heeft dan de aanvankelijk verzochte drie maanden. De psychiater adviseerde een opname van zes maanden.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene een ernstige psychische stoornis heeft die leidt tot ernstig nadeel en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is. De verplichte zorg is noodzakelijk en evenredig, maar de rechtbank wees het onderdeel van het verzoek dat betrekking had op toediening van vocht en voeding af. De rechtbank verleende de zorgmachtiging voor de duur van negentig dagen (drie maanden) en wees het verzoek tot verlenging af, omdat de rechtbank alleen kan beslissen over het ingediende verzoek.
De zorgmachtiging omvat medicatie, medische controles, toezicht, onderzoek en controle op gedrag-beïnvloedende middelen en opname in een accommodatie. De beschikking is op 11 februari 2020 gegeven en geldt tot en met 11 augustus 2020.
Uitkomst: Zorgmachtiging verleend voor verplichte zorg zonder toediening van vocht en voeding voor de duur van negentig dagen.