Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 maart 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats ] , eiser
de burgemeester van de gemeente Amersfoort, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Wat is voor verweerder de reden voor de sluiting?
Is eiser in zijn verdediging geschaad door de wijziging van de grondslag?
Is het vereist dat er een overtreding door eiser is gepleegd?
Levert de aanwezigheid van een cash center een gevaar op voor de openbare orde?
a. Er is sprake van het faciliteren van illegaal gokken
www. [website] .com-bijvoorbeeld met een paysafe-kaart, zoals eiser stelt- en dat het daadwerkelijke gokken ook buiten het restaurant van eiser kan plaatsvinden, maakt dit niet anders, omdat dit niets afdoet aan het faciliteren van het illegale gokken door eiser.
b. Het faciliteren van illegaal gokken vormt een gevaar voor de openbare orde
Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank dan ook in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het faciliteren van illegaal gokken door de plaatsing van een cash center een gevaar vormt voor de openbare orde. Dat er geen strafbare feiten zijn geconstateerd en er zich - voor zover bekend - geen incidenten of ongeregeldheden hebben voorgedaan, maakt dit niet anders. En dat geldt ook voor het feit dat het cash center op het moment van het nemen van het primaire besluit al niet meer in het restaurant van eiser aanwezig was, omdat het in beslag was genomen. Het doel van de maatregel tot sluiting is het teniet doen van de bekendheid van het pand in het criminele milieu en de loop naar het pand eruit te halen. Dat kan ook nog enig tijd doorwerken na het verwijderen van het cash center. Naar het oordeel van de rechtbank is het tijdsverloop tot het moment van het bestreden besluit (21 juni 2019) niet zodanig lang dat dit argument van verweerder niet meer op zou gaan.
c. Het onderzoek is niet onzorgvuldig geweest
d. De Implementatiewet geeft geen aanleiding voor een ander oordeel
www. [website] .comillegaal te gokken, zoals eerder in de uitspraak is beschreven.
Is het gelijkheidsbeginsel of het rechtszekerheidsbeginsel geschonden?
.De rechtbank overweegt hierover dat het aan iedere burgemeester is om zijn eigen beleid te maken en invulling te geven aan artikel 174 van Pro de Gemeentewet (de ‘toezichtfunctie’). Hij is daarbij niet verplicht dit af te stemmen met burgemeesters van andere gemeenten. De rechtbank toetst vervolgens het beleid en de toepassing daarvan in een individuele zaak en betrekt daarbij ook niet het beleid van andere burgemeesters in andere gemeenten. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt daarom niet.
Conclusie