De officier van justitie verzocht op 12 februari 2020 om voortzetting van een op 11 februari 2020 opgelegde crisismaatregel ten aanzien van betrokkene, die verblijft in een zorginstelling vanwege een psychische stoornis. De mondelinge behandeling vond plaats op 14 februari 2020, waarbij betrokkene, zijn advocaat en een psychiater werden gehoord. Betrokkene gaf aan zich beter te voelen en wilde graag naar huis om te starten met een nieuwe baan, terwijl zijn advocaat stelde dat niet voldaan was aan de wettelijke vereisten voor voortzetting.
De psychiater pleitte voor voortzetting vanwege het wisselende beeld en het ontbreken van voldoende informatie over de toestand van betrokkene. De rechtbank stelde vast dat sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, met name levensgevaar, veroorzaakt door gedrag voortvloeiend uit een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De gevraagde vormen van verplichte zorg, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding, zijn noodzakelijk en proportioneel.
De rechtbank wees het verzoek tot opname van het toedienen van vocht en voeding af en verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor een periode van drie weken, tot en met 6 maart 2020. De beschikking werd mondeling gegeven op 14 februari 2020 en schriftelijk uitgewerkt op 10 maart 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.