Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 27 februari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlening van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1972. Betrokkene verblijft in een instelling en lijdt aan meerdere psychische stoornissen, waaronder bipolaire stemmingsstoornissen en verslavingsstoornissen.
De rechtbank heeft betrokkene, zijn advocaat en een psycholoog gehoord. Betrokkene gaf aan dat het momenteel redelijk gaat in de instelling, waar hij beter in staat is voor zichzelf te zorgen. De psycholoog bevestigde dat de zorgmachtiging nodig is om betrokkene te beschermen en zijn toestand te stabiliseren, hoewel het nog onzeker is of vrijwillige zorg mogelijk blijft.
Op basis van het zorgplan, medische verklaring en advies van de geneesheer-directeur verleent de rechtbank een zorgmachtiging voor zes maanden voor het toedienen van medicatie, medische handelingen, bewegingsbeperking, controle op gedrag-beïnvloedende middelen en opname in een accommodatie. Het toedienen van vocht en voeding is niet opgenomen omdat betrokkene goed eet. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de verplichte zorg is evenredig en effectief.
De beschikking is op 27 februari 2020 mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd op 9 maart 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor verplichte zorg aan betrokkene.