ECLI:NL:RBMNE:2020:976

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 februari 2020
Publicatiedatum
16 maart 2020
Zaaknummer
7806105 UC EXPL 19-10747
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering uitkering verzekering wegens niet naleven zorgplicht bij autodiefstal

In deze zaak vordert een besloten vennootschap (BV) dat ASR Schadeverzekering de schadevergoeding uitkeert voor de diefstal van een Dodge Ram. De verzekeraar weigert de uitkering omdat de BV niet heeft voldaan aan de zorgplicht zoals opgenomen in de polisvoorwaarden, die vereist dat de verzekerde alles doet om diefstal te voorkomen.

De rechtbank stelt vast dat de auto eerder was meegenomen door twee zzp’ers die de autosleutel met geweld hadden verkregen. De auto werd teruggevonden, maar later werd de auto alsnog gestolen terwijl deze geparkeerd stond. De verzekeraar baseert haar weigering op een rapport van een onderzoeksbureau waaruit blijkt dat de BV geen maatregelen heeft genomen nadat de sleutels waren afgepakt, waardoor vermoedelijk een duplicaatsleutel in omloop was.

De rechtbank oordeelt dat de BV redelijkerwijs maatregelen had moeten nemen om te voorkomen dat de dief met een duplicaatsleutel de auto kon stelen. Het nalaten hiervan betekent dat de BV niet de normale voorzichtigheid in acht heeft genomen. De zorgplicht is voldoende duidelijk omschreven in de polisvoorwaarden. De vordering wordt daarom afgewezen en de BV wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot schade-uitkering wordt afgewezen wegens niet-naleving van de zorgplicht door de verzekerde.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 7806105 UC EXPL 19-5856 SM/1152
Vonnis van 12 februari 2020
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder ook te noemen [eiseres] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. E.M. Horssius,
tegen:
de naamloze vennootschap
ASR Schadeverzekering N.V.,
gevestigd te Utrecht,
verder ook te noemen ASR,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. E.J.A.A. van Dal.

1.De procedure

1.1.
[eiseres] heeft ASR gedagvaard en een vordering tegen haar ingesteld. ASR heeft schriftelijk verweer gevoerd. In het tussenvonnis van 20 november 2019 is een mondelinge behandeling bepaald op 10 januari 2020. Bij de mondelinge behandeling werd [eiseres] vertegenwoordigd door de heer [A] , bijgestaan door mr. Horsius. Namens ASR was aanwezig mr. [B] , werkzaam bij ASR. Hij werd bijgestaan door mr. van Dal. De griffier heeft aantekeningen gemaakt en ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
[eiseres] heeft via haar assurantietussenpersoon een verzekering afgesloten voor de auto Dodge Ram met kenteken [kenteken] (hierna: de auto). De auto was onder meer verzekerd tegen diefstal. De polisvoorwaarden vermelden bij artikel 3.1 (gebeurtenis 5: Diefstal, inbraak of joyrijden) de volgende beperking of uitsluiting:
De bestuurder of gebruiker moet er alles aan doen om diefstal of joyrijden te voorkomen. Doet hij dit niet, dan krijgt u geen vergoeding. Dit geldt bijvoorbeeld:
- als de auto onbeheerd is achtergelaten en niet is afgesloten of met de autosleutels erin of erop;
- als de autosleutels zijn achtergelaten in de brievenbuis van een garage - of schadeherstelbedrijf
U bent als verzekeringnemer wel verzekerd wanneer u kunt aantonen dat u niets wist van deze situatie, of dat het tegen uw wil gebeurde en dat u niets te verwijten valt.
2.2.
[eiseres] heeft bij ASR gemeld dat de auto op 18 november 2018 gestolen. Op verzoek van ASR heeft onderzoekbureau [bedrijfsnaam] (hierna: [bedrijfsnaam] ) de schade onderzocht. ASR heeft onder verwijzing naar het rapport van [bedrijfsnaam] geweigerd de schade te vergoeden omdat [eiseres] niet heeft voldaan aan haar zorgplicht op grond van de polisvoorwaarden.
2.3.
In deze procedure vordert [eiseres] dat ASR wordt veroordeeld dekking te verlenen onder de verzekering en aan haar een schadebedrag van € 12.200,00 betaalt. Verder vordert zij betaling van expertisekosten en buitengerechtelijke incassokosten.

3.De beoordeling

3.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of ASR uitkering van de schade kan weigeren omdat [eiseres] niet heeft voldaan aan haar zorgplicht op grond van de polisvoorwaarden.
3.2.
[eiseres] maakt ASR het verwijt dat zij haar afwijzing baseert op het rapport van [bedrijfsnaam] dat niet aan haar ter beschikking is gesteld en dat ASR te gemakkelijk meegaat in de veronderstelling dat de auto is gestolen met de duplicaatsleutels. Bij de conclusie van antwoord heeft ASR het rapport van [bedrijfsnaam] overgelegd (productie 1). Als het zo is dat dit rapport eerder niet aan [eiseres] is gestuurd, zou dit een tekortkoming zijn van ASR. Deze tekortkoming leidt er echter niet toe dat dit rapport geen rol meer kan spelen bij de beoordeling van deze zaak. [eiseres] heeft nadat zij kennis heeft genomen van het rapport geen nadere onderbouwing gegeven van haar standpunt dat [bedrijfsnaam] niet onafhankelijk is en dat het rapport niet zorgvuldig tot stand is gekomen.
3.3.
Het rapport geeft het gesprek weer dat [bedrijfsnaam] heeft gevoerd met de heer [A] die namens [eiseres] over de toedracht en de voorgeschiedenis van de diefstal heeft verklaard. Niet valt in te zien dat ASR niet mocht uitgaan van deze verklaring namens [eiseres] . Ook ter zitting is de gang van zaken rond de diefstal besproken. Daaruit is niet gebleken dat informatie die namens [eiseres] is verstrekt onjuist is weergegeven in het rapport van [bedrijfsnaam] .
3.4.
Op grond van het rapport van [bedrijfsnaam] en de verklaringen van [eiseres] wordt uitgegaan van het volgende:
Op 19 oktober 2018 hebben twee zzp’ers die werkten voor een onderaannemer van [eiseres] , zich met geweld de sleutel van de auto toegeëigend en zijn er mee weggereden. De auto is door de politie teruggevonden bij een van de daders thuis. [eiseres] heeft de auto opgehaald. Daarna werd de auto op 18 november 2018 gestolen terwijl deze voor het huis van [A] geparkeerd stond. [eiseres] heeft bij de aangifte van de diefstal bij de politie verklaard dat het onmogelijk is om de auto zonder sleutel te starten, omdat er een startonderbreker en een alarm op de auto zitten.
3.5.
De kantonrechter is het eens met ASR dat [eiseres] , nadat de sleutels van de auto waren afgepakt en de auto was meegenomen, er rekening mee had moeten houden dat er een kopie van de sleutels kon zijn gemaakt. De omstandigheden waaronder de diefstal heeft plaatsgevonden maken het aannemelijk dat de dief over een (duplicaat) sleutel beschikte. Het had voor de hand gelegen dat [eiseres] maatregelen had genomen om er voor te zorgen dat de weggenomen sleutel niet meer geschikt was om de auto te openen en de auto te starten. Het nalaten van deze maatregel is niet een fout of een slordigheid van alledag voor de gevolgen waarvan de verzekering is bedoeld, zoals [eiseres] naar voren heeft gebracht. De maatregel is ook niet zo ingrijpend dat deze redelijkerwijs niet van [eiseres] verlangd kon worden. De conclusie is dan ook dat [eiseres] niet de normale voorzichtigheid in acht heeft genomen om diefstal van de auto te voorkomen.
3.6.
[eiseres] heeft nog naar voren gebracht dat ASR zich niet kan beroepen op de uitsluitingsgrond omdat het begrip “zorgplicht” niet in de polisvoorwaarden is gedefinieerd. Dit betoog gaat niet op. In de polisvoorwaarden staat duidelijk dat de verzekerde er alles aan moet doen om diefstal te voorkomen en er worden voorbeelden genoemd wanneer in ieder geval geen recht op uitkering bestaat. Dat zijn situaties waarbij het risico bestaat dat een dief over de sleutel kan beschikken. Het is algemeen bekend dat een diefstal veel eenvoudiger is als de dief de beschikking heeft over de sleutel. Voor [eiseres] kon het duidelijk zijn dat ook in haar situatie, waarin de sleutel in handen van onwelwillende derden was geweest, de zorgplicht op grond van de polis vereiste dat zij niet het risico mocht nemen dat de auto met gebruik van een duplicaat sleutel gestolen zou worden.
3.7.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat ASR uitkering heeft kunnen weigeren omdat [eiseres] niet heeft voldaan aan de polisvoorwaarde dat zij er alles aan heeft gedaan om diefstal van de auto te voorkomen.
3.8.
Omdat ASR geen schade hoeft uit te keren hoeft het bezwaar van [eiseres] tegen de waardebepaling van de auto door [bedrijfsnaam] niet te worden besproken.
3.9.
[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de in de kosten van deze procedure. De kosten van ASR worden tot op heden begroot op € 720,00 ( 2 punten x tarief € 360,00) voor salaris gemachtigde.
De beslissing
De kantonrechter:
3.10.
wijst de vorderingen af;
3.11.
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van ASR, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 720,00 aan salaris gemachtigde;
3.12.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. The-Kouwenhoven, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2020.