Uitspraak
[handelsnaam], wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft een vordering ingesteld tegen verweerder, een verhuurmakelaar, wegens vermeend tekortschieten in de zorgplicht bij het selecteren van huurders voor een woning. Verweerder voerde verweer en stelde een tegenvordering in. De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling vastgesteld dat verweerder conform de overeenkomst en de normen van een redelijk handelend verhuurmakelaar heeft gehandeld door identiteit, betaalhistorie en inkomen van kandidaat-huurders te controleren, waaronder het opvragen van paspoortkopieën, salarisstroken en arbeidsovereenkomsten, en het laten uitvoeren van een kredietcheck.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet gehouden was tot het verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag, mede omdat het ging om tijdelijke huur aan expats zonder definitief Nederlands woonadres. Eiser had andere verwachtingen, maar deze waren onvoldoende onderbouwd en niet in lijn met de professionele standaard. De vordering van eiser werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten van verweerder.
De tegenvordering van verweerder, gebaseerd op ongerechtvaardigde verrijking, werd eveneens afgewezen omdat de vermeende verrijking van eiser steunde op een onjuiste interpretatie van de overeenkomst. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser. Beide partijen werden veroordeeld in de nakosten en de proceskosten werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering van eiser en de tegenvordering van verweerder worden afgewezen; beide partijen worden veroordeeld in elkaars proceskosten.