ECLI:NL:RBMNE:2021:1005
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning dakopbouw
Vergunninghouder heeft een omgevingsvergunning gekregen voor het plaatsen van een dakopbouw aan de achterzijde van een woning. Verzoekster, eigenaar van een naburige woning, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege esthetische bezwaren, privacyverlies, verminderde lichtinval en waardevermindering van haar woning.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting, omdat vergunninghouder al met de bouw was gestart en niet zou stoppen. De rechter oordeelde dat het besluit van het college niet evident onrechtmatig is, omdat de bezwaren van verzoekster geen wettelijke weigeringsgronden vormen en het welstandsadvies positief was.
Verder werd meegewogen dat de situatie niet onomkeerbaar is; de dakopbouw kan worden afgebroken als de vergunning in de bodemprocedure wordt vernietigd. Het belang van vergunninghouder om de bouw voort te zetten weegt zwaarder dan het belang van verzoekster om de bouw te schorsen. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de dakopbouw is afgewezen, waardoor de bouw kan doorgaan.