Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
geboren op [1987] te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres] .
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24c, 36f, 62, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht en
- 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;
11.BESLISSING
1 primairbewezenverklaarde tot een
gevangenisstraf van 1 (één) maand;
proeftijdvan 2 (twee) jaren vast;
taakstraf van 140 uren;
onder 2bewezenverklaarde tot een
geldboetevan
ontzegtverdachte ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van
2 maanden;
proeftijdvan 2 (twee) jaren vast;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 996,08;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2018 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer 1] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 996,08 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2018 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 19 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;