Verzoeker maakte bezwaar tegen een omgevingsvergunning voor het vellen van vijf bomen en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om kap te voorkomen. De vergunninghouder had toegezegd de kapwerkzaamheden op te schorten totdat op bezwaar was beslist, waarna verzoeker het verzoek introk met een proceskostenverzoek.
Ondanks de toezegging werden drie bomen gekapt en één zwaar beschadigd, wat tot verontwaardiging bij verzoeker leidde. De voorzieningenrechter kon hier inhoudelijk niet op ingaan vanwege de intrekking van het verzoek.
De rechter oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders geen bezwaar maakte tegen vergoeding van de proceskosten en veroordeelde hen tot betaling van € 534,-. Tevens werd het griffierecht terugbetaald omdat het verzoek was ingetrokken vanwege de toezegging van de vergunninghouder.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter K. de Meulder op 18 februari 2021 en is onherroepelijk.