Betrokkene stelde beroep in tegen een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester van Lelystad op 15 december 2020, met een verzoek tot schadevergoeding tegen zowel de gemeente als de GGZ-instelling. Betrokkene betoogde dat de wettelijke voorschriften niet waren nageleefd, dat de medische verklaring onvolledig was en dat hij onterecht onder verplichte zorg was geplaatst zonder adequate bloedafname voor medicatiespiegel.
De burgemeester verdedigde de crisismaatregel met een medische verklaring van een psychiater die een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel vaststelde, en stelde dat aan alle wettelijke vereisten was voldaan. De GGZ stelde dat het verzoek tot schadevergoeding tegen haar niet ontvankelijk was omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestond en er geen klachtenprocedure was doorlopen.
De rechtbank oordeelde dat de crisismaatregel rechtmatig was genomen op basis van de medische verklaring en eerdere beoordeling van voortzetting. De rechtbank kon niet oordelen over de rechtmatigheid van de tijdelijke verplichte zorg en medische handelingen, waarvoor een klachtenprocedure openstaat. Het beroep werd ongegrond verklaard, het verzoek tot schadevergoeding tegen de burgemeester afgewezen en het verzoek tegen de GGZ niet-ontvankelijk verklaard.