ECLI:NL:RBMNE:2021:1081
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder bestuursdwang sluiting bedrijfspand
Verzoeker, eigenaar van een bedrijfspand waarin een eenmanszaak is gevestigd, kreeg een last onder bestuursdwang opgelegd door de burgemeester van Utrecht vanwege een ernstig gevaar voor de openbare orde. Het besluit betrof de sluiting van het pand voor twaalf maanden vanaf 8 februari 2021.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen. De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed en een voldoende spoedeisend belang om niet te hoeven wachten op de uitkomst van de bezwaarprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een financieel belang op zichzelf onvoldoende is voor een voorlopige voorziening, tenzij sprake is van een acute noodsituatie of bedreiging van de continuïteit van de onderneming. Verzoeker had zijn financiële situatie niet onderbouwd, noch aangetoond dat hij niet over andere inkomsten of vermogen beschikt.
Ook was het bestuursdwangbesluit niet evident onrechtmatig, zodat de voorlopige voorziening niet kon worden toegekend. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid.