Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser/verzoeker] , te [woonplaats] , eiser/verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, verweerder
Procesverloop
Beslissing
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft namens zijn zoon een pgb aangevraagd voor reflexintegratietherapie (RIT) en begeleiding, welke aanvankelijk door verweerder werd afgewezen. Na bezwaar verklaarde verweerder het bezwaar gedeeltelijk gegrond en stelde de beslissing uit. De rechtbank oordeelt dat hoewel een aanvullende zorgverzekering een voorliggende voorziening is, eiser aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten voor RIT in 2019 niet en in 2020 slechts gedeeltelijk werden vergoed.
De rechtbank stelt vast dat de Jeugdwet voorliggend is ten opzichte van bijzondere bijstand en dat eiser daarom recht heeft op een pgb voor het niet-vergoede deel van de kosten over de periode 27 november 2019 tot 27 november 2020. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, en bepaalt zelf dat het pgb moet worden toegekend voor die periode.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is mondeling gedaan op 12 januari 2021 door rechter J.G. Nicholson.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep toe en bepaalt dat een pgb moet worden toegekend voor de niet-vergoede kosten van reflexintegratietherapie over de periode 27 november 2019 tot 27 november 2020.