ECLI:NL:RBMNE:2021:1115
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning te Utrecht, vastgesteld op €195.000,- voor het belastingjaar 2019. Verweerder handhaaft deze waarde en onderbouwt dit met een taxatiematrix waarin drie referentiewoningen worden vergeleken.
De rechtbank heeft de taxatiematrix en toelichting beoordeeld en acht de methode betrouwbaar. Eén referentiewoning is buiten beschouwing gelaten vanwege afwijkende ouderdom en onderhoudscode. De prijs per kubieke meter van de woning ligt lager dan het gemiddelde van de referentiewoningen, wat de vastgestelde waarde ondersteunt.
Eiser voerde aan dat de woning gedateerde voorzieningen heeft en dat de ligging nabij een tankstation de waarde drukt. De rechtbank oordeelt dat deze punten onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt en dat verweerder hiermee rekening heeft gehouden. Ook is vastgesteld dat verweerder de gevraagde stukken tijdig aan eiser heeft verstrekt, zodat het beroep op artikel 40 Wet Pro WOZ niet slaagt.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €195.000,- wordt ongegrond verklaard.