ECLI:NL:RBMNE:2021:1116
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde hoekwoning nabij windmolenpark in gemeente Noordoostpolder
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de door de gemeente Noordoostpolder vastgestelde WOZ-waarde van zijn hoekwoning uit 1955, gelegen op een kavel van 1195 m2, voor het belastingjaar 2019. De vastgestelde waarde bedroeg €177.000,-, terwijl eiser een lagere waarde van €168.000,- vordert. De gemeente heeft haar standpunt onderbouwd met een taxatiematrix die vergelijkbare referentiewoningen analyseert.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix houdt rekening met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceelgrootte en onderhoudstoestand. De door eiser aangevoerde slechte onderhoudstoestand wordt door de gemeente weersproken met een inspectierapport waaruit blijkt dat geen achterstallig onderhoud is geconstateerd.
Verder is rekening gehouden met de ligging nabij een windmolenpark en het beperkte voorzieningenniveau in de omgeving door middel van correcties in de taxatiematrix en vergelijkingen met woningen in vergelijkbare dorpen. De inhoud van de woning is vastgesteld op 344 m3, inclusief een aanbouw, wat door de rechtbank als juist wordt beschouwd.
Eiser stelde dat hij niet alle relevante taxatiedocumenten had ontvangen, maar de rechtbank concludeert dat de gemeente aan haar informatieplicht heeft voldaan. Gezien deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €177.000,- wordt ongegrond verklaard.